Menu

Hoogtes

Bladkleur

Vorm

Informatie vorm bomen

Zuilbomen
Wanneer u overweegt een zuilvormige boom te kopen is het verstandig om een boom te kopen, die op deze wijze is gekweekt of van nature de aanleg heeft om als een zuilvorm te groeien. De takken van een zuilboom zijn stijl opgaand en hebben nagenoeg geen snoei nodig om in die vorm te blijven. Natuurlijk zijn bijna alle bomen in een zuilvorm te snoeien, maar door bijvoorbeeld hoogte en snelle groei van een boom kan dit op den duur een lastige klus worden. Een boom die eenvoudig als een zuil te knippen is, is de “Carpinus” of haagbeuk zie foto 2e van rechts. Een zuilboom die van nature als zuil groeit, begint ongeveer 50 cm vanaf de grond met de takkenopgang. Deze takken staan bijna verticaal omhoog. De breedte van een volwassen zuilboom zal, afhankelijk van het type, ongeveer 1 á 3 meter zijn. De hoogte is ook afhankelijk van het type boom, maar kan zoals bij een zuileik al gauw 20 meter of meer worden. Wanneer u overweegt een zuilboom te snoeien, is iedere gewenste hoogte maat mogelijk. Om de kans op ziektes te verkleinen, moet het snoeien in de juiste periode van het jaar gebeuren. Zuilbomen geven een zeer smalle schaduw, die in de praktijk bijna nooit tot problemen leidt bij de groei van andere planten en zijn daardoor ook schikt voor kleinere tuinen. In ons assortiment zuilbomen vindt u bomen, die van nature een zuilvorm hebben. Door extra snoeien en of knippen zullen deze bomen dan ook een extra strak aanzicht krijgen. 
Indien u overweegt een zuilboom aan te schaffen, die niet in ons assortiment te vinden is, laat het ons dan per e-mail weten. Wij zullen er dan voor zorgen dat de boom alsnog in ons assortiment wordt opgenomen en beschikbaar wordt gesteld. Over de levertijd zullen wij u informeren. 

Treurbomen
Treurbomen zijn bomen met slap hangende twijgen en naar de grond toe gebogen takken met een sterk krommende top. In de wetenschappelijke benaming wordt meestal het woord “Pendula” of ”tristis” gebruikt. Treurbomen zijn in twee categorieën te splitsen. Op de eerste plaats zijn er de soorten die op stam zijn geënt en die direct naar beneden “treuren”. Deze treurbomen, waarvoor onderhoud noodzakelijk is, zijn over het algemeen geschikt voor de kleinere tuinen. Tevens zijn er ook treurbomen die met een doorgaande stam omhoog groeien, maar waarvan de takken en twijgen “treuren”.
Bekende voorbeelden van treurbomen die direct “treuren” (dus geënt) zijn oa:

  • Treur beuk (Fagus Sylvatica Pendula)
  • Treur moerbei (Morus Aalba Pendula)

Bekende voorbeelden van treurbomen met een doorgaande stam:

  • Treur wilg (Salix Sepulcralis Tristis)
  • Treur berk (Betula Pendula Tristis)

De snoei van deze treurvormen beperkt zich tot wat uitdunnen. Door te dichte groei gaat dood hout ontstaan. De takken gaan tot op de grond hangen, wat hinderlijk kan zijn voor bijvoorbeeld het gazon. De treurvorm is eenvoudig bij te snoeien tot een paraplu-vormige boom. Verwijder de scheuten die verschijnen op de stam. Omdat de takken allemaal in hetzelfde horizontale vlak groeien, kunnen ze uitgroeien tot een warrige massa. Het is verstandig om zijscheuten die het hart kruisen in een vroeg stadium te verwijderen. Bij een natuurlijke vorm groeit de boom rechtop (mits deze goed wordt ondersteund) en gaat vervolgens hangen op een hoogte, die afhankelijk is van de boomsoort. De zijscheuten aan de stam moeten verwijderd worden, als u een onvertakte en mooie opgaande centrale stam wenst. Vaak is bij het planten een hoge en sterke steunpaal nodig. Dit omdat de kroon van een treurboom zich vaak snel en naar één zijde ontwikkelt en dan mogelijk te zwaar wordt voor de stam. Verwijder de steunpaal niet eerder totdat de stam voldoende in omvang is toegenomen (diameter 7-10). 

 

Leibomen
Een leiboom is een boom waarvan de takken in een bepaalde, horizontale richting geleid worden. Elk jaar wordt de boom teruggesnoeid. U kunt kiezen uit verschillende stamhoogtes en rek breedte. De stamhoogte is de hoogte van de voet, tot waar de eerste tak begint. De breedte van het rek is afhankelijk van de dikte van de stamomtrek van de boom. De leiboom moet het rek kunnen dragen ook bij storm. Een leiboom met een stamhoogte van 50 cm (struikvorm) is perfect om tegen een muur of schutting te laten groeien. Wilt u de leiboom echter gebruiken om zonlicht of inkijk tegen te houden en wilt u onder de bomen door kunnen lopen, raden wij u een stamhoogte van 200 cm aan. Bekende voorbeelden zijn de diverse soorten leilinden. Tegenwoordig worden ook andere soorten bomen als leibomen gebruikt (zie ons assortiment). Indien u een leiboom wenst, die niet in ons assortiment te vinden is, laat het dan per e-mail aan ons weten. Wij zullen er dan voor zorgen dat de boom alsnog in ons assortiment wordt opgenomen en beschikbaar wordt gesteld. Over de levertijd zullen wij u dan informeren. Leibomen worden tegenwoordig vaak ook aangeplant in moderne tuinen. Wettelijk mag een leiboom op 200 cm van de erfgrens geplant worden. Bomen die geschikt zijn, hebben met elkaar gemeen dat ze goed snoeibaar zijn, geen zogenaamde lange waterloten maken (takken die bijna in een hoek van 90 graden omhoog groeien), buigzame takken hebben en snel uitlopen, ook op ouder hout. De keuze van de soort is afhankelijk van grondwater, grondsoort, windbestendigheid en doel. Het onderhouden moet niet worden onderschat. De bomen moeten één, vaak tweemaal per jaar worden gesnoeid. De leiplataan geeft een stof af bij het snoeien, waar veel mensen allergisch op kunnen reageren. De vruchten van de moerbei kunnen op bestrating lelijke, niet verwijderbare vlekken maken. De snoeiperiode kan verschillen per soort. Bij de leilinde en de leiplataan is snoeien vanaf september mogelijk. Vroege snoei heeft als voordeel dat de snoeiwonden sneller helen. Latere snoei (als het blad gevallen is en het niet vriest) heeft als voordeel dat de voedingsstoffen uit de bladeren door de boom zijn opgeslagen. Er zijn twee gangbare snoeimethoden:

  • De Oudhollandse manier

Hierbij worden alle scheuten op de gesteltakken verwijderd. Deze vormen als het ware het geraamte van de boom. Vervolgens worden de gesteltakken op gelijke lengte gesnoeid. Er kan gekozen worden voor een matige snoei in de eerste jaren, waarbij de geschikte "uitstaande" takken die dat toelaten horizontaal worden gebogen en vast gemaakt aan het rek met bindbuis. Het bindmateriaal moet tijdig verwijderd worden om ingroeien te voorkomen.

  • Snoeien als scherm

Naast het zorgvuldige, meer tijdrovende terugsnoeien op de gesteltakken met snoei- en takkenschaar kan er ook voor gekozen worden om de boom machinaal of handmatig te snoeien cq knippen als een haag op hoogte. De oorspronkelijke vorm van de leiboom gaat hierbij wat verloren.

 

Bolbomen
Bolvormen worden vaak bestempeld als de “ideale” boom voor in een kleine tuin. Dit klopt wel mits u ze om het jaar snoeit. Robinia Pseudoacacia ´Umbraculifera´ (bolacacia) en de Catalpa Bignonioides ´Nana´ (bolcatalpa) en Acer Pseudoplatanus ´Brilliantissimum´ (bolesdoorn) zijn de meest gebruikte bolvormen. Als stelregel kun u aanhouden dat de breedte van de bol niet meer mag zijn dan de helft van de breedte van uw tuin. Is uw tuin dus 6 meter breed dan mag de bol niet breder worden dan 3 meter. U moet dus regelmatig snoeien om overmatige schaduw te voorkomen. Jonge bolbomen hebben een dunne stam en hebben extra ondersteuning nodig d.m.v. boompalen (zie overige artikelen). 

 

Parasolbomen of dakboom
(Voorgeleide dakvormen zoals dakplataan en dakmoerbei, enz)
Ze geven u schaduw en verkoeling. U plant ze vrij gemakkelijk zelf. De meeste zijn niet zo zwaar en goed te vervoeren op kleine aanhangers. De dakplataan en dakmoerbei zijn de bekende parasolbomen maar wist u dat er van eiken, linden carpinus, prunus (met namen de nigra), amberboom, beuk enz ook dakbomen te koop zijn. Indien deze als een natuurlijke parasol worden gebruikt moet u rekening houden met de insect (luis) gevoeligheid van de diverse soorten. Informeer bij ons welke soorten u het beste kunt gebruiken als natuurlijke parasol waar u rustig onder kunt zitten. Meestal zijn onze parasolbomen voor zien van 6 takken en worden vlak voor ze bij u geplant worden geleid. De stam zijn dusdanig van dikte dat er geen ondersteunde bamboestokken nodig zijn. Wel is voor het omwaaien boompalen gewenst. Dakrekken kunnen indien gewenst met elkaar worden verbonden. 

Boompalen
Een pas geplante boom zal in het begin nog vrij los in de grond staan. De wortels zullen eerst moeten gaan groeien. Dit gebeurt pas wanneer de wortels niet steeds op en neer bewegen, en de grond in het plantgat zich heeft gezet. Door de boom vast te zetten aan een boompaal wordt voorkomen dat de boom omwaaid of scheefgroeit. Dit zal dus de eerste 2 à 3 groeiseizoenen noodzakelijk zijn.
Bij een licht formaat boom, onder normale omstandigheden, is één boompaal voldoende. Het gebruik van meerdere boompalen (twee of drie) kan onder bepaalde omstandigheden gewenst zijn. Bijvoorbeeld bij zwaarder plantmaterialen, niet gesnoeide kronen, plaatsen met veel wind, bij verhoogd risico op beschadiging door vandalisme en/of bepaalde bodemgesteldheid. 

Indien u boompalen niet mooi vindt is het mogelijk om door ons ondergrondse kluitverankering te laten toe passen. Vraag naar de mogelijkheden.